
Afgelopen dinsdagavond was ik te gast bij een volkstuinvereniging. Ik heb een praatje gehouden over heirloom groenterassen en knofloken. En tot mijn grote verrassing was één van de mensen daar ook bezig met het actief in stand houden van een oud ras, de friese woudboon. Hij kweekt al jaren deze boon en gebruikt ieder jaar een deel van de oogst als zaaigoed. Geweldig! Dit is de manier om een ras in stand te houden en wellicht ontstaat er ook een eigen variant. Want zo af en toe vindt hij bonen met een afwijkende kleur en smaak.
Alle heirloom groenterassen worden in stand gehouden door natuurlijke bestuiving. Dat geeft iedereeen dus de gelegenheid zelf zijn zaden voor volgend jaar te oogsten. Niet dat het erg eenvoudig want je moet goed rekening houden met kruisbestuiving door andere rassen. Dat kan dor de wind en door insecten. Wil je zelf je bonen, kolen of tomaten vermeerderen, hou daar dan rekening mee. Suzanne Ashworth heeft hier een prachtig boek over geschreven, "seed to seed".
Terug naar de gele friese woudboon. Voor zover ik weet zijn er geen commerciële telers meer van dit ras. Toch is hij in Friesland hier en daar te koop bij hobbyisten. Zo ben ik er zelf ook aan gekomen en verkoop hem nu in mijn webwinkel.
Er is ook een Groningse gele woudboon. Die heb ik helaas nog niet kunnen vinden. En er staat nog meer op mijn verlanglijst, de originele groningse molleboon, de groninger pronkboon, Gooise sloven, terpenkool etc. Mocht ik ze tegenkomen dan hou ik je hier op de hoogte.